Hoeveel ampère lasapparaat heb je nodig?
Je merkt het meestal meteen als je met de verkeerde stroom werkt. Dun plaatwerk brandt door nog voordat je een rustige rups kunt trekken. Of je las blijft juist op het materiaal liggen en je krijgt een zwakke naad die je zo weer los tikt. Dan komt vanzelf de vraag: hoeveel ampère lasapparaat heb je nodig voor jouw klus, en past dat bij de stroom in je werkplaats thuis.
Hoe ampère je laswerk bepaalt
Ampère is simpel gezegd hoeveel lasstroom je in de boog of in je draad stopt. Meer ampère betekent meer warmte. Dat merk je direct aan de las. Met te weinig ampère krijg je geen goede inbranding. De rups ligt erop, maar hecht niet echt. Met te veel ampère wordt het badje te heet. Je randen smelten weg en bij dun materiaal gaat het sneller mis.
Wat veel mensen vergeten is dat je niet alleen naar de maximale ampères van een apparaat kijkt. Je gebruikt in de praktijk vaak een bereik. Je wilt een machine die stabiel kan lassen op de stroom die jij nodig hebt, zonder dat je constant op de grens zit. Dat voelt rustiger in je hand. Je merkt dat je boog minder schommelt en dat je rups gelijkmatiger wordt.
Ampère kiezen op basis van materiaal en dikte
Je bepaalt de juiste stroom vooral op basis van materiaal en dikte. Dun staal vraagt minder ampère omdat het snel warm wordt. Werk je aan dikker staal, dan heb je meer stroom nodig om diep genoeg in te branden. Bij RVS merk je dat het sneller verkleurt als je te lang te heet last. Dan is het vaak slimmer om iets rustiger te werken en je snelheid en stroom samen te laten kloppen.
Aluminium gedraagt zich weer anders. Het voert warmte snel af. Daardoor lijkt het in het begin alsof je te weinig stroom hebt, totdat het materiaal ineens warm is en het badje groter wordt. Dan helpt het om de ampère lasapparaat instellen stap voor stap te doen. Begin iets lager, kijk hoe het badje reageert en verhoog alleen als je merkt dat je geen controle hebt of niet door de toplaag komt.
Een praktische manier om het te voelen: als je de rups mooi vlak krijgt zonder dat de randen wegsmelten, zit je meestal goed. Als je continu moet stoppen omdat je badje wegloopt, zit je te hoog. Als je moet duwen en het voelt alsof je geen smeltbad krijgt, zit je te laag.
Lasapparaat 160 ampère of 200 ampère
De keuze tussen een lasapparaat 160 ampère en een lasapparaat 200 ampère draait vaak om reserve. Met 160 ampère kun je veel werk in en rond huis prima doen, zeker als je vooral dunner staal last en niet voortdurend lange lassen trekt. Je merkt dat dit prettig werkt voor reparaties, hekwerk, kleine constructies en plaatwerk, zolang je niet steeds dik materiaal hoeft te vullen.
Een lasapparaat 200 ampère geeft meer speelruimte. Dat merk je bij wat dikker werk, of als je langere lassen maakt en je wilt dat de boog stabiel blijft zonder in te zakken. Ook als je graag wat sneller last, helpt extra vermogen. Je hoeft minder te forceren en je kunt makkelijker een nette inbranding houden. Het gaat dus niet alleen om harder lassen, maar om relaxter lassen binnen je bereik.
Twijfel je wat past bij jouw klussen, dan geven we je graag deskundig advies zodat je niet te groot of juist te krap kiest.
Lassen op een 16 ampère groep
In een werkplaats thuis komt de vraag vaak neer op lasapparaat op 16 ampère. Dat is je standaard groep. Of het werkt hangt af van je lasproces, je ingestelde stroom en hoe zwaar je de machine belast. In de praktijk merk je het aan twee dingen: of je groep eruit klapt, en of je apparaat terugregelt of onrustig wordt als je hoger gaat.
Een omvormer lasapparaat kan vaak beter omgaan met een gewone aansluiting dan oudere zware trafo machines. Toch blijft het slim om rekening te houden met wat er nog meer op die groep draait. Een compressor, verwarming of stofzuiger erbij en je zit zo aan de grens. Dan krijg je gedoe. Je merkt dat als de automaat eruit gaat of als je las onrustig wordt zodra je aanzet.
Wil je stabiel werken, houd je installatie simpel. Liefst een aparte groep voor je lasapparaat, goede kabels en geen lange haspels die warm worden. En als je merkt dat je steeds hoger moet om je werk te doen, dan is het soms logisch om te kijken naar een andere stroomvoorziening of een apparaat dat efficiënter met het net omgaat.
Ampère instellen zonder doorbranden
Goed instellen voelt als controle. Begin bij dun materiaal altijd lager dan je denkt nodig te hebben. Trek een korte proeflas en kijk wat er gebeurt. Als je badje niet opent of de rups hoog blijft liggen, ga je iets omhoog. Als je randen wegsmelten of je krijgt gaten, ga je terug en beweeg net iets sneller.
Let ook op je voorbereiding. Vuil, verf en roest zorgen ervoor dat je meer warmte nodig lijkt te hebben, terwijl het echte probleem in je materiaal zit. Schoon materiaal last rustiger, waardoor je met minder ampère toch een sterke naad krijgt. Dat scheelt doorbranden en het maakt je lasbeeld gelijkmatiger.
Als je vaak wisselt tussen diktes, schrijf je instellingen even op. Dan bouw je snel gevoel op. En als je een keer vastloopt, is het meestal niet één magisch getal, maar de combinatie van stroom, snelheid en hoe strak je je werkstuk voorbereidt.
Hulp nodig?
Neem via de chat eenvoudig contact op met onze toppers om eenvoudig al je vragen over machines en gereedschappen te beantwoorden.
De voordelen van Kippers
✔ Meer dan 2000 producten
✔ Beoordeling 4.2 / 5 sterren
✔ Ruim 1100 m2 showroom