Welke zekering heb ik nodig voor een lasapparaat?
Je zet je lasapparaat aan en ineens ligt de groep eruit. Of je durft het apparaat niet voluit te gebruiken, omdat je niet weet of je installatie het aankan. Dan ga je zoeken op zekering lasapparaat, maar in de praktijk bedoelen mensen daar verschillende dingen mee. Soms gaat het om de groep in de meterkast, soms om de automaat, en soms ook om de stekker, kabel en verlengsnoer. Wij leggen uit hoe je inschat welke zekering voor lasapparaat past bij jouw situatie, zonder dat je hoeft te gokken of aan de meterkast te sleutelen.
Zekering en groep bij een lasapparaat
In veel woningen en kleine werkplaatsen werkt je stroom via groepen van 230V. Zo’n groep wordt beveiligd door een automaat in de meterkast. Die automaat is wat veel mensen een zekering noemen. Als er te veel stroom wordt gevraagd, schakelt hij uit om oververhitting en brand te voorkomen. Daarnaast zit er vaak een aardlek. Die schakelt uit als er lekstroom is, bijvoorbeeld door een defect of vocht.
Voor jou is het vooral belangrijk om te weten welke groep je gebruikt en wat er nog meer op die groep zit. Een lasapparaat vraagt vaak veel op het moment dat je start en daarna opnieuw als je zwaarder gaat lassen. Als er tegelijk ook een compressor, kachel of stofzuiger op dezelfde groep draait, dan zit je sneller aan de grens.
Waarom een lasapparaat een groep kan laten uitvallen
Een lasapparaat lijkt soms rustig te werken, maar de stroomvraag is niet constant. Bij het starten is er vaak een piekbelasting. Dat is een korte piek in stroom die je niet altijd merkt, behalve dat de automaat er ineens uit klapt. Ook tijdens het lassen kan de belasting oplopen als je hoger vermogen kiest of langer achter elkaar doorwerkt.
De lasmethode speelt mee. MIG MAG werkt met draad en kan bij doorlassen een stevige belasting geven, zeker als je hoger gaat zitten. Elektrode lassen heeft ook pieken, vooral bij het aanstrijken en bij zwaardere elektrodes. TIG voelt voor veel mensen wat rustiger, maar kan bij hogere standen ook flink vragen. Het punt is dat jij aan het lasbeeld denkt, maar de groep ziet alleen hoeveel stroom er op dat moment gevraagd wordt.
Als de groep eruit gaat, is dat een signaal dat je situatie niet klopt. Dat kan komen door te veel vermogen, maar ook door een te lange of te dunne kabel, of door andere apparaten die meedraaien.
Lasapparaat op 16 ampère in de praktijk
Veel werkplaatsen thuis hebben een groep van 16 ampère. Dan is de vraag logisch of een lasapparaat op 16 ampère kan. In veel gevallen kan dat, vooral als je het apparaat gebruikt voor lichte tot middelzware klussen en je niet continu op maximaal vermogen last. Je merkt dan dat je prima kunt hechten en korte lassen kunt maken, zeker op dunner staal.
Je loopt tegen grenzen aan als je langere lassen maakt op hogere stand, of als je materiaal dikker wordt. Dan kan de automaat eruit gaan, vooral als je ook nog andere belasting op dezelfde groep hebt. Ook merk je het als je een verlengsnoer gebruikt dat warm wordt of als de spanning inzakt. Spanning inzakken herken je aan een boog die onrustiger wordt, meer spatters, en instellingen die ineens anders lijken te reageren dan net.
Als je merkt dat het vaak misgaat, is de oplossing niet om zelf een zwaardere zekering te plaatsen. Dan moet je juist kijken naar de oorzaak. Welke groep gebruik je, wat hangt er nog meer aan, en wat vraagt je lasapparaat volgens het typeplaatje. Dat zijn veilige stappen die je zelf kunt controleren.
Wanneer krachtstroom nodig wordt
Een krachtstroom lasapparaat werkt op 400V. Dit is vooral logisch als je regelmatig zwaarder wilt lassen en meer reserve wilt hebben. Je merkt het voordeel vooral aan rust in de boog bij hogere belasting en aan het feit dat je langer door kunt werken zonder dat je tegen de grenzen van je aansluiting aanloopt.
Krachtstroom wordt interessant als je structureel dikker staal last, veel doorlast of als je een werkplaats hebt waar meerdere machines draaien. Het gaat niet om sneller of beter als doel op zich, maar om stabiliteit en minder gedoe met uitvallende groepen. Als je nu al merkt dat 230V je beperkt, dan is dit het moment om met een installateur te kijken wat er mogelijk en veilig is.
Zo voorkom je problemen met je stroomvoorziening
Begin met simpele checks die veilig zijn. Lees het label op je lasapparaat. Daar staat vaak welke aansluiting en welke maximale opname het apparaat kan vragen. Kijk ook naar de stekker. Een normale 230V stekker wijst op gebruik op een standaard groep, maar dat zegt nog niet dat je altijd op maximaal vermogen kunt lassen.
Check daarna welke groep je gebruikt en wat er nog meer op zit. In een garage hangt vaak verlichting, een stopcontact voor gereedschap, soms een koelkast, en regelmatig ook een compressor. Als je dat tegelijk gebruikt, wordt de kans op uitval groter. Gebruik ook een goede kabel. Een te dun verlengsnoer of een haspel die nog opgerold ligt kan warm worden en extra spanningsverlies geven. Dat levert niet alleen problemen op met je las, maar ook met veiligheid.
Lassen brengt ook brandrisico mee. Vonken, hete slak en spetters kunnen iets laten smeulen, zeker in een rommelige hoek van de schuur. Zorg voor ventilatie, houd brandbaar materiaal weg en zorg dat je rookmelders op orde zijn. Als je installatie vaker uitvalt, als je kabels warm worden of als je twijfelt over je aansluiting, stop dan en laat een erkend installateur meekijken. Wil je vooraf inschatten wat bij jouw lasapparaat past, dan helpen we je graag met deskundig advies vanuit de praktijk.
Hulp nodig?
Neem via de chat eenvoudig contact op met onze toppers om eenvoudig al je vragen over machines en gereedschappen te beantwoorden.
De voordelen van Kippers
✔ Meer dan 2000 producten
✔ Beoordeling 4.2 / 5 sterren
✔ Ruim 1100 m2 showroom