Kennisbank | Kippers Rijssen

Op werkdagen voor 16.00 uur besteld, volgende dag geleverd



Hoe werkt een lasapparaat?

In de praktijk merk je snel dat er veel bij komt kijken als je aan het werk gaat met een lasapparaat. Als je snapt wat een lasapparaat doet en welke lasmethode daarbij hoort, kies je niet alleen op ampères, maar op wat je in het dagelijks gebruik nodig hebt.

Wat een lasapparaat precies doet

Een lasapparaat is in de basis een stroombron. Het zet de stroom uit het stopcontact om naar een lasstroom die je kunt regelen. Daarmee maak je een elektrische boog tussen je toorts of elektrode en het metaal. Die boog is zo heet dat het metaal plaatselijk smelt. Dat gesmolten stukje noem je het smeltbad. Als het smeltbad afkoelt, zit de verbinding vast.
Wat je hier meteen aan hebt voor je keuze: lassen draait om warmte en controle. Je wilt genoeg warmte om goed door te smelten, maar niet zoveel dat je doorbrandt of dat je werk krom trekt. Hoe stabieler het apparaat die boog houdt, hoe rustiger jij kunt werken.

Jasic lasapparaat

Welke lasmethode past bij wat jij wilt maken

De belangrijkste keuze is niet het merk of het hoogste vermogen, maar de lasmethode. Die bepaalt hoe je werkt, hoe snel je vooruitkomt en hoe netjes het resultaat wordt.

Elektrode lassen is vaak de meest toegankelijke methode. Je last met een beklede elektrode die langzaam opbrandt. Die bekleding beschermt het smeltbad, waardoor je meestal geen gasfles nodig hebt. Dat is handig als je buiten werkt of als je gewoon sterk werk wilt maken zonder te veel extra spullen. Nadeel is dat het wat meer spettert en dat je vaak slak moet verwijderen.

MIG of MAG is prettig als je vlot door wilt lassen en langere naden wilt maken. De draad komt automatisch uit de toorts, waardoor je in een gelijk tempo kunt doorwerken. Dit wordt veel gebruikt bij staal en werkplaatsklussen. Als je vooral plaatwerk, frames of constructies maakt en je wilt snelheid, dan is dit vaak de logische route.

TIG kies je als controle en afwerking belangrijk zijn. Je werkt met een elektrode die niet opbrandt en je voegt zelf vuldraad toe. Dat gaat rustiger en vraagt wat meer handigheid, maar je kunt heel netjes werken. Vooral bij dun materiaal en RVS is TIG populair, omdat je het smeltbad heel precies kunt sturen.

Als je twijfelt, helpt dit vaak: wil je vooral makkelijk starten en doorwerken, kijk dan eerst naar MIG of MAG. Wil je vooral strak en gecontroleerd lassen, kijk dan naar TIG. Wil je iets dat praktisch is zonder gasfles, kijk dan naar elektrode.

Wat je instelt en wat je daarvan merkt

Veel mensen beginnen bij ampères. Dat is logisch, want ampère is in de praktijk vooral warmte. Te laag en je las hecht niet goed, je ligt er als het ware bovenop. Te hoog en je brandt bij dun materiaal snel door of je smeltbad wordt onrustig. Toch werkt het per methode net even anders.

Bij TIG en elektrode stel je meestal vooral de lasstroom in. Het apparaat probeert die stroom stabiel te houden, ook als je hand net iets beweegt. Dat geeft een rustige boog en voorspelbaar gedrag. Je merkt dat vooral als je dun materiaal last of als je netjes wilt werken.

Bij MIG of MAG werken instellingen meer samen. Je hebt te maken met spanning en draadaanvoer. Dat klinkt technisch, maar je merkt het meteen in het resultaat. Staat de combinatie niet goed, dan krijg je spatters, een boog die stottert, of juist een las die niet lekker inbrandt. MIG of MAG voelt vaak snel aan, maar je moet wel snappen dat je niet één knop hebt die alles oplost.

Een praktische gedachte voor je keuze: als je vaak dun plaatwerk last, wil je een apparaat dat laag en stabiel kan lassen. Als je vooral dikker werk doet, wil je niet alleen meer vermogen, maar ook een apparaat dat dat langer volhoudt.

Kiezen tussen 230 volt en 400 volt

Voor thuis en lichte werkplaatsklussen is 230 volt vaak genoeg. Het voordeel is duidelijk: je hoeft geen krachtstroom te hebben. Maar je merkt ook sneller grenzen als je dikker materiaal last of als je langere tijd op hogere stroom werkt.

400 volt is interessant als je zwaarder werk doet of als je vaak lang achter elkaar last. Dat betekent niet alleen dat je meer vermogen kunt halen, maar vooral dat je rustiger kunt doorwerken zonder dat je continu op het randje zit.

Denk ook aan je groep in huis of in de werkplaats. Een lasapparaat kan bij piekbelasting flink wat vragen. Als je installatie krap is, merk je dat aan een zekering die eruit gaat of een groep die het zwaar krijgt. Dat is niet per se een probleem, maar wel iets om vooraf mee te nemen.

Inschakelduur bij een lasapparaat

Een lasapparaat wordt warm. Daarom heeft het een inschakelduur. Dat is een manier om aan te geven hoe lang je binnen een periode kunt lassen op een bepaald vermogen, voordat het apparaat moet afkoelen.

In de praktijk is dit belangrijker dan veel mensen denken. Als je af en toe een paar hechtingen zet, merk je er bijna niets van. Maar als je langere naden last of vaak achter elkaar doorwerkt, dan wil je een apparaat dat dat tempo aankan. Anders sta je te wachten terwijl jij juist door wilt.

Laser lassen bij metaalbewerking

Je hoort steeds vaker over laser lassen. Een hand laser lasapparaat werkt anders dan booglassen. Je werkt met een laserstraal en je brengt vaak minder warmte in dan bij klassiek lassen. Dat kan zorgen voor minder vervorming en een strakker resultaat, vooral bij dunner werk en net werk.

Het is wel echt een andere manier van werken en meestal ook een andere investering. Daarom past het vooral als je dit soort werk vaak doet, of als je in je werkplaats veel vergelijkbare klussen hebt waarbij snelheid en afwerking belangrijk zijn.

Hulp nodig?

Neem via de chat eenvoudig contact op met onze toppers om eenvoudig al je vragen over machines en gereedschappen te beantwoorden.

De voordelen van Kippers

✔ Meer dan 2000 producten

✔ Beoordeling 4.2 / 5 sterren

✔ Ruim 1100 m2 showroom